Schakel: drie generaties schaatsensmeden

Tussen ruwweg 1870 en 1940 werden er door vier generaties Schakel duizenden schaatsen gemaakt. Het ambacht van smid ging over van vader op zoon en kennelijk ook de liefde en kunde om goede schaatsen te maken. Ze hadden smederijen in Barwoutswaarder, Benschop, Moordrecht, Polsbroek  en Schoonhoven.

Het verhaal begint bij Dirk Schakel (1823-1900) die zich kort na 1845 als zelfstandige smid in Polsbroek vestigde. Van zijn vader is weinig meer bekend dan dat hij werkman was, wellicht smidsknecht, maar hij had zeker geen eigen smederij. Wanneer Dirk is begonnen met het maken van schaatsen weten we niet, maar waarschijnlijk toch wel veel eerder dan in 1885 toen hij zowel in de Schoonhovensche als in de Goudsche Courant voor het eerst reclame maakte voor zijn 'alom bekende Friesche en Hollandsche schaatsen'. Door Dirk Schakel gemaakte schaatsen van het Friese model zijn schaars evenals door hem gemaakte krulschaatsen, maar van zijn Hollandse baanschaatsen bevinden er zich nog relatief veel in de schatkamers van de Nederlandse schaatsenverzamelaars.

Vader Dirk had een groot gezin en drie van zijn zonen traden in zijn voetsporen: Cornelis (1851-1894), Dirk (1855-1927) en Piet (1864-1934). Waarschijnlijk hebben ze alle drie het vak in de smederij van hun vader geleerd. Van deze generatie Schakels zijn de in verzamelaarskringen zeer gezochte 'hanenkamschaatsen' afkomstig. De hanenkam kan worden gezien als een onderscheidend element. Hij werd met de hand gevijld, hetgeen de grote onderlinge verschillen verklaart.

Zoon Dirk vestigde zich in 1879 als smid in Barwoutswaarder. Evenals zijn vader maakte hij o.a. ook schaatsen. Waarschijnlijk gebruikte hij daarbij een smidsteken dat veel weg had van dat van zijn vader (afb.2 en 3). Er zijn namelijk verschillende op elkaar lijkende tekens op overeenkomstige schaatsmodellen gevonden (zie in de rechter kolom). Onduidelijk is of het daarbij om 'vernieuwde' stempels gaat dan wel om 'parallelle'. Dat maakt het determineren uiteraard lastig. In 1902 beëindigt Dirk zijn werkzaamheden in Barwoutswaarder en vestigt zich in Schoonhoven (afb.4). In 1909 wordt hij smid in Utrecht. Van de periode 1902-1909 zijn verschillende schaatsen in verzamelaarshanden. Een zoon van Dirk was mede-oprichter van de Sparta-fietsenfabriek in Apeldoorm.

Zoon Piet heeft waarschijnlijk in 1893/94 de Polsbroekse smederij overgenomen. In de winter van 1894/95 adverteert hij namelijk in de Schoonhovensche Courant met 'Schakels beroemde schaatsen'. Het lijkt erop dat Piet de zaken groots heeft aangepakt want boven de ingang van de smederij was op een reclamebord sprake van 'Smederij en Schaatsen-fabriek P. Schakel' (afb.1). In 1909 besluit Piet in rijwielen te gaan. Hij doet de smederij over aan neef Jan en vertrekt naar Dordrecht. Het Dordtse bedrijf groeide onder de bezielende leiding van neef Aart uit tot het nog steeds bestaande Forddealer-garage-bedrijf in Schoonhoven.
 

De smederij in Polsbroek

Zoon Cornelis trouwt in 1876 en vestigt zich dan als zelfstandig smid door een smederij in Benschop over te nemen (afb.9). Zijn vrouw schenkt het leven aan zeven zonen, die allen smid zijn geworden. Van drie van hen is bekend dat zij ook schaatsen hebben gemaakt: Jan (1879-1950), Piet (1888-1940) en Aart (1891-1975), voor de duidelijkheid van het verhaal aangeduid als neven. Als Cornelis in 1890 overlijdt houdt zijn weduwe de zaak gaande tot Aart groot genoeg is om in 1915 de zaak over te nemen (afb.10). In 1929 besluit Aart, zoals hierboven al vermeld, het garagebedrijf van zijn Oom Piet over te nemen.

Neef Jan werkte aanvankelijk als knecht bij een aantal smeden in de buurt. In 1909 neemt hij de Polsbroekse smederij over van zijn oom Piet.  Hij runt de Polsbroekse smederij tot 1918 en maakt er o.a. schaatsen (afb.8). Hij wil echter iets anders en vestigt zich In 1918 in Ammerstol als galvaniseur. Dat is waarschijnlijk geen succes geworden, want in 1921 keert hij terug naar zijn oude stiel door in Stolwijk de voormalige smederij van Jan Willem Bezemer te betrekken. Hoewel ook Bezemer een reputatie als schaatsenmaker had, heeft Jan in Stolwijk geen schaatsen meer gemaakt. De hieronder getoonde smidsstempels van zowel Jan Schakel als van Jan Willem Bezemer werden door Jan Schakel aan Het virtuele Schaatsenmuseum geschonken. Uit het Polsbroekse stempel zijn de plaatsnaam en de voorletter weggeslepen.

Neef Piet heeft al enige tijd als (meester)knecht gewerkt bij Gebr. de Rooij in Waddinxveen als hij in 1913 een eigen smederij in Moordrecht begint. Daar maakte hij tot circa 1940 vooral hooiberglieren, maar ook schaatsen, samen met zijn zoon Cornelis. Zij gebruikten het merk Fa. Schakel Moordrecht (afb.11).

Bronnen: Van glis tot klapschaats (Blauw, 2001) en gesprekken met nazaten.
 



afb.1

Voor het 'determineren' van schaatsen zijn de door smeden gebruikte merktekens
van groot belang.
Maar lang niet altijd
bestaat volledige zekerheid, zoals uit de twee onderstaande merken blijkt. Beide merken tonen
een D in combinatie
met drie ringetjes.
Zeker is dat ze zijn gebruikt door een Dirk Schakel,
maar welke van de hiernaast genoemde Dirken
blijft gissen.
 

afb.2

afb.3

Maar over het onderstaande merk bestaat geen twijfel.


afb.4

Piet Schakel gebruikte een merkteken dat veel leek op het teken van zijn vader en/of broer Dirk.
Maar er is nog een merkteken met een combinatie van drie ringen en een P bekend.
Onzeker is bij welke smid
dit merk hoort.
Sommigen denken dat het ook van Piet Schakel is,
maar gelet op de stijlverschillen lijkt dit onwaarschijnlijk.
De P van het teken in het linker vak komt overigens
ook voor zonder de drie ringen.
 

afb.5

afb.6

Maar over het onderstaande merken bestaat eveneens geen twijfel.


afb.7


afb.8


afb.9


afb.10


afb.11
 

© 2002-12 The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.
home | sitemap | copyright | contact