| Firma Gebr. De Rooij, Waddinxveen | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Kort na de geboorte van Maarten (1786) in het
Brabantse Babyloniëbroek verhuist het gezin De Rooij in 1787 naar
Waddinxveen. Maarten wordt smid en baat op de hoek van de Kerkweg en de Zuidkade een
smederij uit, die in 1850
wordt overgenomen door zoon Klaas (1821-1875). Het
verhaal gaat dat Klaas naast het reguliere smidswerk ook schaatsen
maakte, maar zeker is dat niet. Als hij in 1875 op 54-jarige leeftijd
overlijdt, zetten zijn zoons
Kornelis
Jan, Arie, Kors en Maarten (geb. 1860) het bedrijf voort. Kornelis
Jan houdt het al spoedig voor gezien, maar de drie andere broers bouwen
het bedrijf onder de naam Gebroeders De Rooij uit. Zij maken onder
andere schaatsen en hebben daar veel succes mee. Sterker, zij bouwen een
zodanige reputatie op dat 'Waddinxveense schaatsen' rond 1900
allerwegen geroemd worden. In 1888 maakt Mr. J. van Buttingha Wichers in
zijn boek Schaatsenrijden gewag van "de Rooij, een goede schaatsensmid
te Waddinxveen" en in 1893 wordt dit nog eens door Pim Mulier herhaald
in zijn boek Wintersport.
In 1892 winnen zij een gouden medaille op de Internationale sporttentoonstelling in Scheveningen. Deze medaille en het bijbehorende diploma (circa 60x80 cm) heeft volgens in 2008 uit de familie verkregen i nformatie tot in het midden van de jaren-30 in de smederij
gehangen, maar lijkt verloren te zijn gegaan. Het (sterke?)verhaal gaat dat koningin Emma in deze
bekroning aanleiding zag per koets naar Waddinxveen te rijden om een
paar schaatsen te kopen voor Prinses Wilhelmina. Nadat Arie begin 1917 is overleden en Kors eind 1918 wordt Maarten enig eigenaar van het bedrijf. Het gaat echter goed met de zaken en Maarten laat op wat nu Kerkweg 197 is een winkel met bovenwoning bouwen en daarachter een nieuwe smederij met twee vuren. In goede tijden werken er zo'n 25-35 knech ten. In de winkel worden aanvankelijk
ijzerwaren verkocht, maar na enige tijd komen daar (motor)fietsen voor
in de plaats. De fietsen worden deels in het eigen bedrijf gemaakt. Zijn vier zoons hebben geen belangstelling voor techniek en gaan in de vethandel. (Remia is een afkorting van 'de Rooij's Eerste Melange Inrichting Amersfoort).
Als
Maarten In 1928 ernstig ziek wordt, heeft hij geen opvolger en zoekt hij
een koper voor het bedrijf. In het najaar van 1928 overlijdt hij.
Hij heeft dan de winkel en de smederij verkocht aan Cornelis Offereins Jzn.,
een Waddinxveense notabel. Bij de verkoop zijn winkelbedrijf en smederij
gescheiden en is bepaald dat de smederij de naam Gebr. de Rooij moet
blijven voeren. Offereins houdt zelf de winkel en verkoopt de smederij
door aan Jacobus van der Heide, een van Maartens knechten, en Johannes
Bavelaar, de accountant (zouden we tegenwoordig zeggen). Zij slagen er echter niet in het
succes van het bedrijf te continueren en doen het in 1930 van de hand aan de uit Ouderkerk aan
den Amstel afkomstige smid Wouter Roskam. Deze verkoopt nog een
aantal jaren zwierschaatsen waarop hij het smidsmerk GEBR de ROOY
aanbrengt.
Roskam brengt het bedrijf weer tot bloei en voegt in 1940 winkel en smederij weer samen.
Het hieruit voortgekomen constructiebedrijf bestaat nog steeds en werd
in het midden van de jaren-80 naar een industrieterrein verplaatst.
Bronnen: Van glis tot klapschaats (Blauw, 2001); Het Dorp Waddinxveen
(juni 1997); Groene Hart Archieven en gesprekken met nazaten. |
|
||||||||||||||
|
© 2002-12 The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved. |
|||||||||||||||