Het clubschaatsen

Met 'clubschaatsen' wordt niet het schaatsen bij een club aangeduid, maar een bijzondere vorm van kunstschaatsen, die bekend is geworden als de 'Engelse stijl'. Het clubschaatsen kan enigszins worden vergeleken met het Nederlandse zwierschaatsen. Bij beide vormen van schaatsen ging het om 'technisch' rijden met een volkomen beheerste beweging. In Nederland deed men dat buiten, in Engeland binnen. Dank zij de industriële revolutie werd al in het vierde kwart van de 19e eeuw  geëxperimenteerd met het maken van ijsvloeren in kleine hallen. Omdat de ijsoppervlakten klein waren, moest er worden gewoekerd met de ruimte. Zo ontstonden ijsclubs waar het schaatsen van figuren werd beoefend: het zo nauwkeurig mogelijk (na)schaatsen van min of meer ingewikkelde mathematische lijnen op een paar vierkante meters.

Engelse clubschaatsen

In de hallen waren schaatsen met krullen uitermate onhandig, want oorzaak van veel valpartijen door het in elkaar haken van de krullen. Voor de veiligheid werden de krullen eerst afgezaagd, maar op den duur speelden de leveranciers van schaatsen op deze trend in door speciale schaatsen te ontwerpen: de Engelse clubschaats was geboren.

Canadese clubschaatsen

Begin 1800 emigreerde de Schot John E. Forbes naar Halifax, Nova Scotia in Canada. Hij opende daar een winkeltje in ijzerwaren waar hij ook schaatsen verkocht. Hij moet een inventieve geest hebben gehad, want in 1856 kreeg hij patent op de constructie van een metalen onderstel voor zogeheten block skates. Zijn uitvinding betrof het aanbrengen van een schaatsijzer onder een houten voetstapel (block) door middel van schroeven. Daardoor kon de stand van het ijzer enigszins worden aangepast aan de wensen van de eigenaar. Het maakte bovendien het aanbrengen van een groef in de onderkant van de voetstapel overbodig. Het lijkt erop dat dit idee in de Verenigde Staten en Canada brede navolging heeft verkregen, want dit principe vinden we terug bij vrijwel alle vroege schaatsen uit die landen.

Zijn zoon, John Forbes junior, erfde het technische vernuft van zijn vader en ontwikkelde zich tot constructeur/bedrijfsleider van de Starr Manufacturing Co. in hetzelfde Halifax. Starr was rond 1860 opgericht als fabriek van bevestigingsmaterialen als spijkers, bouten en moeren. Zoals bij zoveel metaalwarenfabrieken uit die tijd werden er ‘s winters ook wel schaatsen gemaakt. Uit het contact met klanten pikte Forbes op dat er behoefte bestond aan schaatsen die zonder gebruik te maken van linten of veters snel konden worden aan- en uigedaan. Hij vertaalde die wens naar een mechanisme dat vooraf thuis kon worden ingesteld en waarmee de schaatsen op het ijs met één handbeweging onwrikbaar onder de schoenen konden worden vastgeklemd. Op dit ontwerp verwierf hij in 1863 patent. Deze schaatsen hadden echter nog steeds houten voetstapels. John Forbes junior vond dat het anders moest en bedacht op basis van zijn in 1863 verkregen patent een krulloze schaats met metalen voetstapel. Daar verwierf hij in 1866 eveneens patent op. De Starr Manufacturing Co. lanceerde de nieuwe vinding als de Starr Acme Club Skate, waarna de schaats aan een zegetocht begon als standaardschaats voor zowel clubschaatsers als ijshockeyspelers. Forbes vergaarde er een fortuin aan octrooirechten mee. Hij verzelfstandigde zich en legde zich helemaal toe op verdere verbeteringen. Dat leverde hem in 1873, 1874, 1888, 1894 en 1897 nieuwe patenten op.

Duitse clubschaatsen

Intussen begon wereldwijd de industriële revolutie op gang te komen. Via vooral de wereldtentoonstellingen kon kennis worden genomen van de ontwikkelingen elders. Ook de Duitse metaalwarenfabrieken namen gretig deel aan dit soort manifestaties en bouwden zo onder andere een exportpositie voor schaatsen op. Het 'made in Germany' was zo succesvol dat eind 1900 advertenties verschenen die waarschuwden voor Duitse imitaties van de traditionele Canadese (en inmiddels ook Amerikaanse) modellen.