|
•
Amerikaanse baanschaatsen
•
Belgische baanschaatsen
•
Canadese baanschaatsen
•
Engelse baanschaatsen
•
Friese baanschaatsen
•
Groningse baanschaatsen
•
Hollandse baanschaatsen
•
Nederlandse baanschaatsen
•
Noorse baanschaatsen
•
West-Friese baanschaatsen
•
Zweedse baanschaatsen
|
Schaatsen die zijn gemaakt om er recht vooruit mee te
schaatsen, noemen we baanschaatsen. Hierbij wordt
geen onderscheid gemaakt tussen tocht- en wedstrijdschaatsen.
Specifieke wedstrijdschaatsen kwamen in zwang vanaf het eind van de 19e eeuw,
toen het internationale hardrijden zich begon te ontwikkelen. Tot dan
werden vooral lokale kortebaanwedstrijden georganiseerd, waarbij
doorgaans gebruik werd gemaakt van tamelijk recht geslepen 'gewone'
schaatsen.
Goede baanschaatsen moeten enerzijds licht van constructie zijn, maar
anderzijds robuust genoeg om er grote krachten mee over te brengen. De
Noorse hardrijders Paulsen en
Hagen experimenteerden daarom al eind 1900 met geheel in buisframes gemonteerde
schaatsijzers. Hun succes heeft ertoe geleid dat wedstrijdrijders tot op
de dag van vandaag op 'noren' rijden.
Doordat in Nederland baanrijden een
volkssport was en houten schaatsen relatief goedkoop waren, duurde het
in Nederland tot het midden van de 20e eeuw voor 'stalen noren'
gemeengoed werden.
|