De ontwikkeling van de schaatsen (8 van 8)

Nederlandse houten hardrijdersschaatsen

Anders dan de Hollandse smeden hadden de Friese smeden niet veel belangstelling voor het uiterlijk van hun schaatsen. Zij lijken veel meer geïnteresseerd te zijn geweest in de prestaties die ermee konden worden bereikt. Friesland was nu eenmaal een 'land' van hardrijders. Bekend is dat er al in 18e eeuw georganiseerde wedstrijden werden gehouden. Er werd geschaatst op twee naast elkaar gelegen banen van circa 4 meter breed en 80 meter lang. Als er over een grotere lengte moest worden gestreden werd aan het eind gekeerd en in de andere baan teruggereden. Er werd doorgaans gereden volgens een afvalsysteem. Omdat de wedstrijden populair waren vanwege de mooie prijzen die er te verdienen waren, duurden de wedstrijden vaak een hele dag en soms zelfs wel twee dagen.
Deze vorm van hardrijden vroeg om een klauwende stijl van schaatsen. De voorwaartse gang moest worden ontwikkeld door de voorvoet en dit vereiste korte, sterke schaatsen. Zo werden de Friese schaatsen met korte halzen ontwikkeld. Naarmate de banen langer werden, werden de ijzers verlengd en smaller. De schaatsen werden zelfs van 'staartjes' voorzien om de lange ijzers voldoende tegen buigen te beschermen. Al deze verbeteringen droegen bij aan het vermogen om langere streken te maken. Het resultaat waren de Friese laagspringers, echte hardrijdersschaatsen, waaruit later de houten noor zou worden ontwikkeld.


'gewone' Friese schaatsen

Friese doorlopers

Friese laagspringers

Om veiligheidsredenen werden de halzen van de schaatsen lager en lager en tenslotte werden de houtjes zo functioneel als maar kon. De houtjes kregen het model van de buizen van de metalen Noorse schaatsen en daarmee deed de 'houten noor' zijn intrede. Deze schaatsen werden ook wel Stheemann-schaatsen genoemd naar de ontwerper. Er zijn er tienduizenden van verkocht. De 'combischaats' van Nooitgedagt, die een combinatie was van een houten en een metalen noor wordt algemeen gezien als de beste toerschaats die ooit door de Nederlandse schaatsenindustrie is gemaakt. Maar, helaas, hij markeert ook de zwanenzang van diezelfde industrie. Nooitgedagt deed in 1965 zijn schaatsenfabriek op slot.

Stheemann schaatsen of houten noren

c
ombischaatsen

De productie van houten schaatsen in Nederland was uniek. Door de uitgekiende productiemethoden konden de prijzen laag blijven. Daardoor bleef de Nederlandse schaatsenindustrie nog lang overeind. Maar de verkoop van schaatsen hangt samen met de aanwezigheid van ijs. In goede winters konden de schaatsen dan ook niet worden aangedragen, terwijl ze in slechte winters op de zolders van de fabrieken bleven liggen. Het schaatsenbedrijf was economisch dan ook onzeker en risicovol. Bovendien ontstond in het midden van de 20eeuw een moordende concurrentie met bedrijven uit minder welvarende landen. Het ene na het andere bedrijf staakte de productie. Uiteindelijk sloot in 1990 ook de laatste Nederlandse fabriek van houten schaatsen definitief zijn deuren.

Noorse hardrijderschaatsen
In tegenstelling tot houten schaatsen hebben metalen schaatsen het voordeel van vormvastheid. De eerste metalen hardrijderschaatsen bestonden al rond 1885 en werden door vrijwel alle hardrijders van die tijd (zoals Jaap Eden) gebruikt. Omdat de schaatsijzers van hardrijderschaatsen smal zijn, is het belangrijk dat ze over de volle lengte goed worden ondersteund. Na enig experimenteren ontdekten de Noren Paulsen en Hagen dat dit het beste kon worden gedaan door de 'messen' in ronde buizen te monteren. Een buis is zowel sterk als licht. Zij waren echter duur en zeker aan het begin van de 20e eeuw slechts weggelegd voor een kleine kring van relatief welgestelde liefhebbers. De 'stalen noren', zoals ze werden genoemd, verdrongen in het midden van de 20e eeuw de houten schaatsen.

Wetenschappelijke bemoeienissen
Nadat in de tweede helft van de 20e eeuw de ene na de andere 400-meterbinnenbaan werd geopend, was het hek van de dam. De condities in een hal konden beter worden bewaakt en de ijsmeesters deden hun uiterste best optimale ijskwaliteit te leveren. De schaatsenindustrie werkte steeds nauwkeuriger en er kwam aandacht voor een betere pasvorm van zowel schoenen als kleding. Universiteiten gingen zich interesseren voor het fysiologische aspect, hetgeen leidde tot de klapschaatsen die nu niet meer zijn weg te denken, maar die nog maar pas in 1997 voor het eerst in een toernooi werden gebruikt. Windtunnelproeven dragen bij aan optimale houding maar ook aan allerlei slimmigheden om de luchtweerstand te verminderen. Er wordt geëxperimenteerd met keramische materialen, met het verwarmen van de ijzers, met het buigen van de ijzers voor beter bochtenwerk, met het carven ervan en met slijpen van de ijzers tot ongelooflijk geringe waarden. Het lijkt alsof er geen grenzen zijn.

 

verder naar pagina: | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 |
© 2002-12 The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.
home | sitemap | copyright | contact