Zwieren en schoonrijden

Zwieren
In Nederland en met name in de westelijke provincies, die we in lijn met de geschiedenis kunnen samenbrengen onder de noemer 'Holland', ontwikkelde zich in de 18e en 19e eeuw uit het 'scharrelen' op bevroren plassen, vijvers, vaarten en grachten het zwieren. Bij deze vorm van schaatsen was snelheid ondergeschikt en omdat het ging om een beheerste beweging had het ook geen relatie met wat later kunstrijden zou gaan heten. Van de zwierder werd verwacht dat hij in een regelmatig tempo achter elkaar gebogen streken over het ijs maakte door beurtelings rechts en links op de buitenkant van het schaatsijzer ('buitenover') vooruit te rijden (zie de figuur hieronder).



Daarvoor moest je een goede schaatser zijn en niet bang uitgevallen, omdat bij het buitenover rijden het lichaam enigszins naar buiten moet hellen om de boog te maken. Een goede zwierder kon de bogen eindeloos aan elkaar breien en zo op zijn gemak een lange poldervaart af schaatsen. Het filmpje hieronder uit 1925 laat zien hoe het hoorde:
 
 

Schoonrijden
Rond het midden van de 20e eeuw is het zwieren door de steeds grotere belangstelling voor het hardrijden op de lange baan echter in vergetelheid geraakt. Voor het zwieren golden geen strakke regels, maar een beheerste beweging en een zekere bevalligheid werden algemeen gewaardeerd. Door het zwieren te reglementeren, is in het begin van de 20e eeuw uit het zwieren een wedstrijdsport ontwikkeld: het schoonrijden. Hierbij komt het eropaan om in een bevallige, maar  beheerste, beweging een baan af te schaatsen. De schoonrijder moet daarbij de indruk geven dat het hem geen enkele moeite kost, alsof hij zweeft. Hij moet daarvoor met een gestrekt lichaam enigszins naar buiten hellen en zijn weg gaan zonder enige overbodige beweging. Bruuske bewegingen, zoals bij het kunstschaatsen, zijn dus absoluut niet geoorloofd.
Anders dan de zwierder rijdt de schoonrijder niet waaierend over het ijs, nee, hij rijdt net als de hardrijder meer recht vooruit. De voor schoonrijden gebruikte schaatsen worden dan ook minder rond geslepen dan die voor het zwieren.
Tegenwoordig wordt het schoonrijden beschouwd als een onderdeel van de Nederlandse folklore. Het wordt beoefend in clubverband en heeft een hoog demonstratiekarakter, mede vanwege de traditionele kleding van de deelnemers. Het schoonrijden kan alleen worden gedaan, maar ook als paar of als groep.


Schaatsen voor het zwieren en schoonrijden
Het zwieren was voornamelijk een Hollandse aangelegenheid. Dat past bij het beeld dat van het traditionele schaatsen in Holland en Friesland bestaat. Immers, de Friezen hebben altijd de nadruk gelegd op hardrijden. Daarvoor zijn schaatsen nodig met lange, smalle, rechtgeslepen ijzers. Voor het zwieren zijn juist schaatsen met korte, brede, rond geslepen ijzers nodig. De Hollandse krulschaatsen waren daarom bij uitstek zwierschaatsen. Omdat de krullen gemakkelijk ergens achter konden blijven haken, met vaak dramatische gevolgen, verdween de krul op den duur. In het begin van de 20e eeuw ontstonden zo de franjeloze zwierschaatsen, ook wel zwierbollen genoemd. De tegenwoordige schoonrijder maakt het liefst gebruik van schaatsen die onwrikbaar aan de schoen zijn vastgeschroefd.




















© 2002-12 The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.
home | sitemap | copyright | contact