| Schaatsen met enkelsteunen | |
|---|---|
|
In vroeger tijden, toen schaatsen uit niet veel meer dan een stukje hout met een schaatsijzertje bestonden, was het voor velen een toer om op het hout te blijven staan. Voornamelijk vanwege het ijsslijpsel dat zich tussen houtje en schoenzool ophoopte. Om de grip te verbeteren sloeg de schaatsenleverancier dan vaak een paar spijkertjes in het hout, waarna hij de spijkerkopjes afkneep (detail a) of punten vijlde aan de hakmoer (detail b). Engelse schaatsenmakers verzonnen de hakschroef die in de schoenhak werd gedraaid (detail c). Een ander bekend fenomeen zijn zwakke enkels. Talloze beginnende schaatsers hebben er last van en velen kwamen als gevolg daarvan nooit ver der
dan wat krabbelen. Tegenwoordig komen de aan de schaatsen geklonken
schoenen grotendeels aan dit probleem tegemoet, maar voor het zover was,
verzonnen schaatsenmakers andere hulpmiddelen. Zo ontwikkelden ze leren
hakstukken die aan het hout werden geschroefd (detail c). In
Amerika gingen de fabrikanten echter verder en werd menig octrooi
aangevraagd voor enkelsteunen. De afbeelding hiernaast laat een paar
schaatsen met dergelijke steunen zien. Ze hebben een metalen hakstuk met
scharnierbare stangen die met behulp van een soort brace boven de enkel
aan het onderbeen worden vastgemaakt. Daardoor kon de voet nog wel iets
naar voren en naar achteren buigen, maar niet meer in zijwaartse
richting. Dat dit vaak problemen moet hebben gegeven blijkt uit de vele
reparaties die bij oude schaatsen van dit type aan het scharnierpunt
zijn uitgevoerd.Blondin Skates, rond 1865 Van dit type schaatsen bestaat een in verzamelaarskringen zeer gewilde uitvoering: de Blondin skates. Uit de afbeelding hieronder blijkt dat het hier gaat om min of meer gewone Amerikaanse zwierschaatsen, maar dan met zeer luxe bindingen. De hakstukken en de enkelsteunen zijn gemaakt van messing plaat. Het onderste deel is met schroeven gefixeerd a an
de voetstapel; zie detail e. Het bovenste deel is scharnierend bevestigd
aan het onderste deel en kan voor- en
achteruit neigen. Samen met de leren bindingen kunnen de schaatsen
'muurvast' aan de voeten worden gebonden. Met een beetje fantasie zie je
een kunstschaats met een aangeschroefde schoen avant-la-lettre
voor je. Uit reparaties aan de messing delen blijkt dat de enkelsteunen
het flink te verduren hebben gehad. Deze schaatsen ontlenen hun naam aan de Fransman Emile Gravelet (1824-1898). Gravelet kwam voort uit een beroemde circusfamilie en specialiseerde zich als kind al in het koorddansen. Dat vak zou hij ruim 60 jaar uitoefenen. In 1859 maakte hij onder de artiestennaam Blondin furore door op het slappe koord de 400 meter brede Niagara watervallen over te steken. Of hij zijn kunsten ook met schaatsen aan heeft vertoond, is niet bekend, maar het moet haast wel, want de inscriptie op het hakstuk vermeldt dat hem op 2 oktober 1860 een octrooi op de constructie werd verleend (detail f). Het getoonde paar werd gemaakt bij Douglas Rogers & Co., Norwich (Connecticut), USA. Technische gegevens: totale lengte: 27 cm, totale hoogte: 24 cm; hoogte boven ijs: 5 cm; voetstapel: 24 cm, 6,5 cm breed; schaatsijzer: 15 mm hoog, 6 mm dik; gewicht: 650 g |
![]() detail a
![]() detail e
|
|
© 2002-12 The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.
|
|