| Friese baanschaatsen (1 van 2) | |
|---|---|
![]() Afb.1: Friese baanschaats, eind 19e eeuw Traditioneel model met hoog oprijzende punt en kort schaatsijzer. Dit model wordt ook wel aangeduid als 'gewone' Friese schaats ter onderscheiding van een later ontwikkeld model dat bekend zou worden als 'Friese doorloper' (zie afb.2). Detail 1a laat zien hoe de punten van de Friese schaatsen er tot rond 1850 uitzagen: een scherp uitgesmeed puntje. Omdat het puntje gemakkelijk verwondingen veroorzaakte, werd het later vervangen door een soort bolletje, zoals getoond in detail 1b. Eind 1800 namen de toeleveranties van halffabricaten door de Duitse metaalwarenindustrie toe en werd het messing eikeltje geïntroduceerd dat niet alleen veilig, maar ook nog fraai werd gevonden (detail 1c). Rond 1920 verdwenen de eikeltjes om plaats te maken voor een houten krulletje (detail 1d). Na circa 1950 bleef tenslotte een eenvoudig afgeronde hals over (detail 1e). Fabricaat: onbekend; merk: geen Technische gegevens: totale lengte: 42 cm; hoogte boven ijs: 3,2 cm;voetstapel: 29 cm schoenlengte, 5 cm breed;schaatsijzer: 12 mm hoog, 3 mm dik; gewicht: 230 g Afb.2: Friese baanschaats, rond 1900 ![]() In tegenstelling tot wat bij de 'gewone' Friese schaats gebruikelijk was, is deze schaats voorzien van een tot voorbij de hak doorlopend schaatsijzer. Dit model wordt daarom 'doorloper' genoemd (zie voor het verschil met de 'gewone' schaats afb.1).Het langere ijzer maakte hogere snelheden mogelijk, maar was ook veiliger. Bij het remmen op gewone Friese schaatsen werd de voorvoet opgetild en met het scherpe uiteinde in het ijs gekrast. Als dat wat onhandig gebeurde, kon de rijder gemakkelijk achterover vallen, met soms ernstige gevolgen. Met de doorlopers moest een nieuwe remtechniek worden ontwikkeld, die erop neer komt dat met de ijzers in een licht gekantelde stand over het ijs geschraapt wordt. Deze techniek wordt nog steeds toegepast. Fabricaat: onbekend; merk: geen Technische gegevens: totale lengte: 40,5 cm; hoogte boven ijs: 3,3 cm; voetstapel: 28 cm schoenlengte, 5 cm breed; schaatsijzer: 15 mm hoog, 2,5 mm dik; gewicht: 240 g Afb.3: Friese baanschaats, eerste kwart 20e eeuw ![]() Geheel met de hand vervaardigd traditioneel model met 'gewone' schaatsijzers in luxe uitvoering. De schaatsen hebben een voetstapel met uitgewerkt voetbed en een gestileerde houten krul. Aan de twee sleuven bij de voorvoet is af te lezen dat ze voorzien geweest van eveneens luxe bindingen. Fabricaat: Koninklijke A.K. Hoekstra & Co., Warga; merk: zie detail 2a en 2b Technische gegevens: totale lengte: 40 cm; hoogte boven ijs: 3,3 cm; voetstapel: 28 cm schoenlengte, 6 cm breed; schaatsijzer: 11 mm hoog, 2,8 mm dik; gewicht: 270 g Afb.4: Friese baanschaats, tweede kwart 20e eeuw ![]() Decennia lang hebben Nederlandse kinderen op dit model schaatsen geleerd zich over het ijs te bewegen. Er zijn er honderdduizenden van gemaakt. Fabricaat: J. Nooitgedagt & Zn., IJlst Merk: zie detail 2 Technische gegevens: totale lengte: 32 cm; hoogte boven ijs: 3,5 cm; voetstapel: 22 cm schoenlengte, 4,5 cm breed; schaatsijzer: 16 mm hoog, 2 mm dik; gewicht: 200 g Afb.5: Friese baanschaats, eind 20e eeuw ![]() Tegen het eind van de 20e eeuw verdween de houten schaats vrijwel uit het beeld. De 'stalen noren' werden de norm voor klein en groot. Moderne schaats met een voetstapel en bindingen van kunststof (detail 5b en 5c). De Nederlandse kinderschaats voor de 21e eeuw. Fabricaat: Zandstra, Joure; merk: zie detail 5a Technische gegevens: totale lengte: 36,5 cm; hoogte boven ijs: 2,9 cm; voetstapel: 30 cm schoenlengte, 5 cm breed; schaatsijzer: 10 mm hoog, 2 mm dik; gewicht: 400 g |
![]() detail 1a ![]() detail 1b ![]() detail 1c ![]() detail 2a
detail 4 ![]() detail 5a
![]() detail 5c |
|
verder naar pagina
|
1 |
2 | |
|