| Noren | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|
De schaatsen werden verder ontwikkeld in de metaalwarenfabriek van Hagen. Na de Tweede Wereldoorlog nam de metaalwarenfabriek van Ving het stokje over en ontwikkelde het model Ballangrud, dat geruime tijd de standaard voor de Nederlandse hardrijders was. Deze ontwikkeling werd in Nederland opgepikt door Co Lassche die in 1937 de eerste Nederlandse 'stalen noren' maakte. In 1948 richtte hij samen met Jaap Havekotte sr. de Viking-fabriek op maar al na drie jaar gingen de heren uit elkaar. Havekotte behield de commerciële rechten en maakte het Viking-merk groot.
Door de afstandsstukjes
(potjes) hoger of lager te maken kan de afstand tot het ijs worden gevarieerd. Lage noren gelden als toerschaatsen, hoge als wedstrijdschaatsen en extra hoge als shorttrackschaatsen.
Geheel metalen schaatsen waren echter duur en voor de gemiddelde Nederlander aan het begin van de 20e eeuw onbereikbaar. Het duurde dan ook tot het midden van de 20e eeuw voordat de 'stalen' noren, zoals ze in Nederland werden genoemd, gemeengoed werden. Deze ontwikkeling heeft echter in de eerste helft van de 20e eeuw een indringende invloed gehad op de ontwikkeling van de houten schaatsen. De schaatsijzers werden smaller en langer gemaakt en om ze over de grotere lengte voldoende stevigheid te geven, werd de metalen buis waarin de ijzers van de stalen noren waren gevat nagebootst door een houten buisvormige voetstapel. Aan deze ontwikkeling is de naam Stheemann verbonden. De door hem ontworpen schaatsen werden in de wandeling 'houten' noren genoemd. Ook heeft er nog enige tijd een hybride schaats bestaan, de Combischaats van de firma Nooitgedagt te IJlst.
|
||||||
|
© 2002-12 The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.
|