| Schaatsen-abc | ||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
IJ IJsbaan - Zie kunstijsbaan. IJsclubs – In Nederland werden de eerste ijsclubs opgericht in Friesland, na de lange winter van 1844/45. De belangrijkste was die van Leeuwarden die in 1847 het leven zag. De meeste verenigingen ontstonden echter tussen 1860 en 1870. De verenigingen exploiteerden een ijsbaan en organiseerden wedstrijden. De oprichtingen markeren de overgang naar een tijd waarin zowel nationaal als internationaal steeds meer belangstelling kwam voor kampioenen en records.
IJsdansen
– Al in de eerste helft van de 20e eeuw was het ijsdansen een populaire bezigheid. Maar pas in 1952 werd het opgenomen in het programma voor de wereldkampioenschappen en in 1954 ook voor de Europese kampioenschappen. Daarna duurde het nog tot 1972 voor het
Olympisch werd. Anders dan bij het paarrijden, dat wordt gedomineerd door acrobatische bewegingen op basis van springen en tillen, gaat het bij het ijsdansen om soepele, harmonieuze bewegingen die passen bij een zelf gekozen muziekritme. Ook spelen creativiteit, choreografie en presentatie een belangrijke rol. Een wedstrijd bestaat uit drie delen: een voorgeschreven deel (20%), een deel met een voorgeschreven muzieksoort maar met een eigen artistieke invulling (30%) en een vrij deel waarin het paar zijn fantasie en durf de vrije loop mogen laten (50%). IJskwaliteit - De kwaliteit van het ijs bepaalt, zeker bij het hardrijden, in belangrijke mate de resultaten. Het moet niet te hard en niet te zacht zijn en lekker glad 'aanvoelen'. Vroeger ging het hierbij vooral om de ervaring van de ijsmeester, die zijn geheimen zei te hebben, en die veelal werd gezien als een soort alchemist. Tegenwoordig is er wetenschappelijke interesse voor de samenstelling van het ijs en de interactie tussen ijs en schaatsijzer. Hierdoor is de theorie dat er door de druk van het ijzer op het ijs een vloeibare glijlaag ontstaat intussen naar de prullenbak verwezen. Men gaat er nu vanuit dat een ijsoppervlak zich in een min of meer permanente overgangstoestand tussen vast en vloeibaar bevindt. IJsmeester
- De ijsmeester beheert in de grote ijsstadions de kwaliteit van het ijs. Zijn rol lijkt steeds belangrijker
te worden in de strijd om de wereldrecords.
IJspret
- Het woord ijsvermaak werd vroeger letterlijk genomen. De mores waren heel wat minder fijn dan tegenwoordig en er werd dan ook heel wat afgelachen om allerlei krabbelende stumpers en in doodsnood verkerende dieren. En zoiets als
de dierenbescherming was er kennelijk nog niet, want men schiep genoegen in
allerlei nu als mishandeling aangemerkte spelletjes. Wat te denken van het bij
honden onderbinden van plankjes om ze daarna op het ijs te zetten met een worst
voor de neus. Of van het ophangen van een levende paling aan een over een baan
gespannen lijn met de bedoeling de paling in de vaart van de lijn te trekken. Of
van het katknuppelen, of van... noem maar op. Dat was nog eens lachen! En
bepaald niet als een boer met kiespijn.
IJsrevue - Aan het begin van de 20e eeuw ontstond een vorm van
groots opgezet variété-amusement, die revue werd genoemd en die
werd gekenmerkt door een scala van opeenvolgende optredens door een
grote verscheidenheid aan artiesten. In de revue kwamen dans- en
zanggroepen voor het voetlicht, maar ook conferenciers, komieken,
cabaretiers en dergelijke. Zo traden er ook groepen van rolschaatsers
op, die op een klein podium halsbrekende toeren uitvoerden. Dit concept
werd overgebracht naar het ijs. In eerste instantie ging het hierbij om
het demonstreren van wat op schaatsen mogelijk was. De optredens
werden aanvankelijk veelal gedaan door zelfstandig werkende kunstrijders
en hingen als los zand aan elkaar. De directies van de ijsbanen
probeerden gewoonweg een zo gevarieerd mogelijk programma samen te
stellen. De aanwezigheid van ijs was natuurlijk een noodzaak en de
gecompliceerdheid van de daarvoor benodigde installatie bracht grote
beperkingen met zich mee. In het midden van de jaren-30 werden zowel in
Europa als in de VS de eerste pogingen ondernomen om professionele
ijsshows te presenteren. De vonden nog vaak in de buitenlucht plaats,
mede omdat de overdekte ijshallen vaak aan de kleine kant waren. Ondanks
de vaak barre omstandigheden waaronder gewerkt en gekeken moest worden,
waren deze ijsshows een groot succes. Vaak kwamen de mensen van heinde
en ver en 'stond' de show een paar weken op hetzelfde ijs. Pas in de
loop van de jaren-40 ontstond het concept van gezelschappen die hun
eigen meereizende ijsbanen meebrachten. Dat dit grote technische,
logistieke en financiële consequenties had, moge duidelijk zijn. De
concurrentie was dan ook groot en het gevecht om bekende kunstrijders in
te lijven hard. Als grote namen uit de pioniertijd kunnen de volgende
gezelschappen worden genoemd:
IJstol -
Op het ijs werd vroeger ook getold, zoals blijkt uit dit
|
Submenu Schaatsen-abc Klik op de eerste letter van het woord dat u wilt opzoeken:
Het Schaatsen-ABC heeft het karakter van een klein lexicon. U vindt hier beknopte informatie over tal van onderwerpen die direct of zijdelings met schaatsen te maken hebben. Als er een onderwerp is waar u vergeefs naar hebt gezocht of waarover u aanvullende informatie kunt verstrekken, aarzel dan niet contact op te nemen.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
© 2002-12 The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.
|
||||||||||||||||||||||||||